Reflectie 6(1) voorjaar 09.vp
Philippus en de Opstanding Johan Pameijer “Degenen die zeggen dat de Heer eerst stierf en daarna opstond vergissen zich, want hij stond eerst op en stierf daarna. Als iemand niet eerst de Opstanding verwerft, zal hij dan niet sterven?” De vriendelijke toon waarop Philippus de orthodoxie terecht wees, vond geen genade in de ogen van de kerkleiders. Zij verwezen het evangelie waarvan deze tekst prominent deel uit- maakt naar de prullenmand, zich nauwelijks realiserend dat de apostel zich nog had ingehouden. In werkelijk was hij boos, ziedend zelfs over de in zijn ogen verdraaide waarheid. Philippus schreef een tegen-evangelie om het gnostische levensgevoel levendig te houden. In 1945 werd het geschrift tussen vijftig andere verketterde teksten teruggevonden bij de Egyptische plaats Nag Hammadi. Sindsdien wint het met onder meer het Thomasevangelie en het Evangelie der Waarheid aan populariteit en invloed. Philippus is niet meer het zwijgen op te leggen. Wie was deze Philippus? Was hij wel de werkelijke auteur van de verzameling teksten die onder zijn naam wereldkundig werd gemaakt? Niet vaker dan een keer wordt zijn naam ge- noemd, namelijk in paragraaf 91: “Josef de timmerman legde een tuin aan, omdat hij hout nodig had voor zijn werk. Hij was het die het kruis maakte van de bomen die hij geplant had. Zijn eigen kroost hing aan dat wat hij geplant had. Zijn kroost was Jezus en het planten was het kruis.” Een mysterieuze tekst met een sterk mystieke inslag. Philippus was een mysticus, maar de vraag is of hij enige rela- tie had met Philippus de apostel. Handelingen 8 noemt hem als prediker in Samaria. Hij genas zieken en dreef onreine geesten uit. Simon Magus, de ten onrechte gesmade gnosticus, zou zich door Philippus hebben laten dopen, evenals de kamerling van de Ethiopische koningin Candace. Philippus verkondigde het evangelie in Ethiopië en zou een van de grondleggers zijn van de Koptische Kerk. Philippus, een nette gezinsvader, woonde onder andere in Caesarea. Hij had vier dochters, die volgens het bericht in Handelingen allemaal profetessen waren. Paulus zou nog in zijn huis gelogeerd hebben. Philippus versus Paulus Officieel gelooft men dat Philippus, de schrijver, een volge- ling van de gnosticus Valentinus was. Zo op het eerste oog be- stond er geen relatie met de apostel, maar de auteur zou de apostel wel degelijk gekend hebben. Hij bewonderde hem zelfs zozeer dat hij zijn naam gebruikte als pseudoniem voor zijn gnostische evangelie. De mondelinge overlevering herinnert aan een ruzie tussen Philippus en Paulus. Paulus trekt in zijn tweede brief aan Tli- motheus van leer tegen de onheilige en holle klanken van hen, die beweren dat de opstanding al heeft plaats gehad. En dat is precies wat Philippus beweert in paragraaf 21 van zijn evange- lie. Maar Paulus noemt Philippus niet, maar wel Hymenaeus en Philetus. Officieel zou het Philippusevangelie tussen 150 en 200 na Christus zijn ontstaan in Syrië. De in het Grieks geschreven tekst was in gebruik bij een groep christelijk-gnostische kloos- terlingen in Egypte. Daar, in Chenoboskion nabij het huidige Nag Hammadi, werd het samen met andere boeken verborgen om ze te beveiligen tegen de vervolgingen door de Kerk. Na de ontdekking in 1945 kon men zich buigen over wat lijkt op een onsamenhangende verzameling gedachten, aanwijzingen en meditaties, waar doorheen als een rode draad het inwij- dingspatroon is geweven, zoals dat in die tijd in de mysterie- tempels van Egypte en Griekenland werd toegepast. De bevrijde ziel Door inwijding in de duistere lagen van de eigen ziel wordt de gevangen ziel bevrijd uit de kluisters van de materie en her- enigd met de goddelijke Vader. In feite wordt de gevangen Sophia, godin van de wijsheid en wereldziel, langs vaste sta- dia geleid naar het bruidsvertrek, waar de hereniging met de bruidegom Jezus Christus wordt gecelebreerd. Het hierboven geciteerde vers uit paragraaf 91 vertelt dat Josef (de goddelijke Vader) een tuin (de hof van Eden) aan- legde, omdat hij hout nodig had voor het maken van het kruis (de levensboom), waaraan Jezus werd gehangen (als de eeuwig levende). De optredende Jezus is dus niet de mens Jezus, maar de Zoon, die er was vanaf de dag dat de wereld tot stand kwam. Hij was mens of engel, mysterie en Vader. Hij stond eerst op voordat hij stierf en kwam dus tot goddelijk bewustzijn. Zijn vlees is het Woord en zijn bloed de Heilige Geest, aldus Philippus. Wat was het doel van zijn incarnatie? Het antwoord staat in de paragrafen 78 en 79: “Als de vrouw niet van de man af- gescheiden was, zou ze niet samen met de man sterven. Zijn scheiding was het begin van de dood. Om deze reden kwam Christus, opdat hij de scheiding zou kunnen herstellen, die er vanaf het begin was en de twee opnieuw verenigen. Veelzeg- gend voegt par. 79 daaraan toe: ”Zij die zich in het bruidsver- trek verenigd hebben, zullen inderdaad niet meer worden ge- scheiden". Jezus, die de vereniging tot stand moest brengen, openbaarde zichzelf bij de Jordaan: “Het was de volheid van het koninkrijk der hemelen”.(par. 81) Dwaling van Sophia In het algemeen geloofden de antieke gnostici dat het vrou- welijke aanzicht van God (onder de namen Sophia, Ennoia of Barbelo) ongehoorzaam werd en afdwaalde. Daardoor bracht ze ongewild een ontwikkeling op gang naar verdichting en verstof- felijking. Zo werd ze de moeder der geschapen wereld, de mater van de materie. Tegelijkertijd draagt zij de kiem van verlossing
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=