Reflectie 6(1) voorjaar 09.vp

het van de dood. Zo gaan we naar beneden in het water, maar niet naar beneden in de dood.” Bijna rechtstreeks verwijst de christelijke gnosticus hier naar de inwijdingsritualen in de mysterietempels. De onder- dompeling betekende een bedreiging voor het aardse leven en vereiste een angstloze instelling, verworven na intensieve trai- ning. Daarom was de doop een beproeving en geen rituaal. De kandidaat diende zijn angst te overwinnen, wilde hij de inwij- dingstitel ‘een Christen’ kunnen verwerven. “Als iemand het water ingaat en boven komt zonder iets te hebben ontvangen en zegt ‘Ik ben een Christen’, dan heeft hij zich de naam toe- geëigend en zal hij tot teruggave gedwongen worden,” waarschuwt Philippus in paragraaf 59. De zalving De zalving staat in verband met het element Vuur. Water be- stuurt het proces van zielenreiniging, vuur loutert het denken tot de verlichting van de geest. De vuurinitiatie rondt het pro- ces van innerlijke zuivering af. Philippus suggereert in para- graaf 95 dat “zalving superieur is aan de doop”. Hij beschouwt dit sacrament – ook weer een inwijdingsrituaal – als de beze- geling in een verbond. Het heeft iets definitiefs. Dit blijkt uit par. 95: “De Vader gaf hem dit (de zalving) in het bruidsvertrek. Hij ontving slechts”. Het is alsof door de zalving de deur naar het bruids- vertrek wordt geopend. De kandidaat hoeft alleen nog maar binnen te treden, want paragraaf 125 zegt: “De heilige dingen der heiligen worden onthuld en het bruidsvertrek nodigt ons binnen. Dan zal het volmaakte licht over iedereen uitstralen. En al degenen die erin staan, zullen de zalving ontvangen. Dan zullen de slaven vrij zijn en de gevangenen verlost”, voegt de schrijver er symbolisch aan toe. Wat houdt dit ritueel eigenlijk in? Philippus zwijgt over de wijze waarop het wordt uitgevoerd. Voor zover bekend stamt het af van veel oudere, primitieve ritu- elen, waarbij de kandidaat blootsvoets door een vuurbed moest wandelen. Waren zijn vertrouwen en kennis zo verdiept dat hij boven de lichamelijke pijn kon staan en evenmin sporen van verbranding opliep? Na het slagen van deze proef zou de inge- wijde, evenals Jezus op de berg der verheerlijking, licht uitstra- len als bewijs van zijn geestelijke verlichting. In verband met dit sacrament deelt Philippus in paragraaf 92 mee, dat “het de olijfboom is waarvan we de zalving ontvangen en van de zalving de opstanding”. De olijf staat bekend als een symbool van onsterfelijkheid, rijkdom en vruchtbaarheid. Zal- ving met olijfolie levert zoveel innerlijke vrucht op dat onsterfe- lijkheid de kandidaat ten deel valt. Olijven rijpen in het licht. Uitgeperst door wrijving (vuur) geven zij de olijfolie het ge- comprimeerde beeld van licht. Toen Jezus in de hof van Gethse- mane werd verraden en gearresteerd, werd het licht uit hem ge- perst, want Gethsemane betekent zoveel als ‘olijfpers’. Philippus zegt: “Het licht is de zalving”, maar ook: “Er is vuur in de zalving”. Ten onrechte denken wij bij vuur vooral aan hitte en verbranding, maar Philippus licht toe (par. 66) “Ik heb het niet over vuur dat geen vorm heeft, maar over het an- dere vuur, dat wit, stralend en mooi van vorm is en dat schoonheid schenkt.” In de beeldtaal van Philippus vindt bij de waterdoop de ‘bekleding met de levende mens’ plaats, maar bij de zalving ‘de bekleding met licht’. Het sacrament maakt de inwijdeling tot een verlichte. In beide gevallen (als sacrament en als inwij- ding) werden volgens Philippus de geheimen van de Waarheid onthuld. De zalving als inwijdingshandeling is nodig om (par. 44) zelfkennis op te doen “en te worden wat je bent”. “Zie in jezelf de Geest. Dan word je de Geest. Zie de Vader, dan word je de Vader. Want, voegt Philippus hier in paragraaf 105 aan toe: ”Wij hebben de Vader, de Zoon en de Heilige Geest bin- nenin ons. Wie die niet kennen, zullen er niet van genieten." De eucharistie De eucharistie lijkt een voorbereiding op het bruidsvertrek. Het sacrament omvat een broedermaaltijd, waarbij het voedsel een rituele betekenis krijgt. De hele maaltijd is een ritueel voor ingewijden in de mysteriën van leven en dood, bestemd voor degenen die de zalving hebben bereikt en daardoor geestelijk verlicht zijn. Doop en zalving waren beproevingen, de eucha- ristie is de ervaring van wat door de zalving in het bewustzijn tot stand is gebracht. De sleutel tot het geheim van de eucharistie wordt gegeven in paragraaf 26: “Jezus misleidde hen allen. Want hij open- baarde zich niet zoals hij werkelijk was, maar zoals ze hem zouden kunnen zien.” Uit deze tekst valt af te leiden dat de eucharistie was bedoeld om hem te kennen in heel zijn geestelijke grootheid. In par. 26 wordt verder gezegd dat hij de leerlingen groot maakte, zodat ze hem konden zien. Deze leerlingen hadden “het volmaakte en het licht met de Heilige Geest verenigd”, zoals Philippus het noemt. Jezus zegt dan: “Verenig de enge- len ook met ons, de afgebeelden.” In het systeem van Philip- pus is de eucharistie duidelijk meer dan een broeder(en zus- ter)maal. Symbolisch, onder de gedaante van brood en wijn, ontplooit zich de vereniging met de Geest, een voorproef van de echte eenwording in het bruidsvertrek. Brood en wijn Paragraaf 23 bevat een discussie over de betekenis van vlees en bloed. “Het is noodzakelijk om in dit vlees op te staan, om- dat alles erin bestaat.” Een raadselachtige zin voor niet-inge- wijde leken. Het antwoord is gelegen in een uitspraak elders in het evangelie van Philippus: “Het eten van het vlees van Christus, (onder de gedaante van het brood) en het drinken van zijn bloed (de wijn) betekent het opwekken van het Woord (de Christus zelf) en de Heilige Geest in ons vleselijke wezen. Hier legt de samensteller van dit gnostische geschrift de verbinding tussen het Woord, het brood en het lichaam van Christus. Als Philippus wijst op de noodzaak om in dit vlees op te staan, omdat alles erin bestaat, bedoelt hij waarschijnlijk onszelf op te wekken via het vlees naar het Woord en van het Woord: in Christus. Dit is de meditatieopdracht, verborgen in de eucharistie, het mystieke opwekkingsrituaal. In paragraaf 100 wordt het ons nog eens duidelijk herhaald: “Door de eucharistie zullen we de volmaakte mens ontvangen”. De verlossing Over de verlossing zelf onthult Philippus weinig. Hij ziet de verlossing meer als een kwalificatie, passend bij de inwijdin- gen. Het gaat immers niet om de symbolische verlossing via de sacramenten, maar om de authentieke, innerlijke verlossing door de ervaringen van het licht. Daarom noteert Philippus in paragraaf 106: “De mens kan alleen ongrijpbaar worden voor de machten van het kwaad door zich te bekleden met het vol-

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=