Reflectie 6(1) voorjaar 09.vp
de verpakking wordt gehaald. Openen we dat geschenk met vreugde, met emotie, met tranen, met wil, met verbeeldings- kracht, met intuïtie, met schouwen en ons ontvankelijk maken. Dat alleen al is mystiek bezig zijn. “Door onze ratio verdrongen”, zei ik; zoals we dat met veel wederwaardigheden in ons leven doen. Verdringing dus, maar als onze ratio even niet de baas is - zoals bijvoorbeeld in onze slaap - dan komen die wederwaardigheden vaker weer boven. Mystieke ervaring heeft weliswaar niet te maken met ‘slapen’ en ‘dromen’, maar als vergelijking met ‘het weer de kop opsteken’ van verdringingen (psychisch) zouden mystieke begrippen als ‘visioenen’ en ‘extase’ verklaard kunnen wor- den. De Eenheid van het Universele wil zich altijd vertonen, ondanks ons dualistische denken en leven. Visioenen en exta- se (mystiek) hoeven door mystici niet opgeroepen te worden, ze komen ongevraagd op hen af. Overigens zijn verschijnselen als ‘visioenen ontvangen’ en ‘in extase raken’ geen voorwaar- den om een mysticus of mystica te kunnen zijn of genoemd te worden. Ook daarover dadelijk nog. Mystiek: een weg gaan naar éénwording? Op weg gaan naar Eenheid kan slechts betrekking hebben op Het Ene, het Universele Ene. En daarmee spreken we niet slechts over een godsdienstige weg, maar over een re-ligieuze. Natuurlijk mag een christen de weg van Jezus of Christus Je- zus volgen om tot het Ene Universele te geraken; dat wat Je- zus “de Vader” noemde, en na Hem de christenen. Dat wat de christenen en vele anderen “God” noemen; dat wat evenzo vele anderen met een andere Naam noemen. Hoe verschillend mystiek ook omschreven wordt, mystiek heeft te maken met puur subjectieve ‘Godservaringen’, hoe verschillend dat begrip ‘God’ ook wordt gezien en benoemd. Ik zal termen hanteren als ‘God’, Alomvattend Bewustzijn, Universeel Bewustzijn, het Universele Ene, e.d. Sinds de Griekse Oudheid is ons een dualistische kijk op de wereld aangekaart, op de mens, op de natuur, op het leven en op al wat is. Eenheid van bestaan bestond slechts Boven, veraf buiten ons, in God, in een of het Mysterie. God en Mys- terie werden transcendent genoemd, boven en buiten de we- reld bestaand, niet immanent, niet ook in ons wonend. Wanneer we ‘transcendent’ op die wijze bekijken, kunnen we gemakkelijk tot een formulering komen als: Mystiek is éénwording met God, of beter, éénwording met het goddelijke Bewustzijn. Maar dan heeft eenwording te maken met iets wat nog één moet worden, met twee polen dus. Er bestáát dus nog geen éénheid. Ja, ‘Boven’ toch? Opnieuw een dualisme dus: het ‘Boven’ tegenover het ‘beneden’, en dat is toch heel wat anders dan “Zo Boven, zó beneden”. Vanuit die visie van ‘transcendent’ lossen we niets op met de stelling: “God is zowel transcendent als immanent”. God is dan als het ware weer op twee plaatsen. Het Absolute (goddelij- ke) Bewustzijn wordt niet bepaald door tijd en ruimte, het is universeel aanwezig en doordringt alles. Zoals al gezegd: we le- ven in dat goddelijke Bewustzijn en dat Bewustzijn leeft in ons. Vandaar: ‘Gods’ centrum is overal en ‘Zijn’ omtrek nergens. Vertalen we ‘transcendent’ dan naar zijn juiste betekenis: de grens van de zintuiglijke waarneming te boven gaand . Ook onze ratio te boven gaand dus. En met die formulering maakt het niet meer uit of we ‘God’ transcendent of immanent noe- men. Beide begrippen worden dan eigenlijk synoniemen, want ook voor ‘de immanente God’ geldt die formulering. Mystiek formuleren als “ eenwording met het goddelijke Be- wustzijn” of “met God”, gaat voorbij aan iets wezenlijks in de Kosmos, aan die goddelijke Eénheid die er IS , was en altijd zijn zal, tot in het kleinste deeltje van de Schepping, van dat Alomvattende Bewustzijn, van die ‘Geest’. Ik ben in de buitenlucht en de buitenlucht is in mij Of ook zo: we leven in een Alomvattend Bewustzijn en dat Bewustzijn leeft in ons. Of nog anders: we leven in een Myste- rie en dat Mysterie leeft in ons. Over Mystiek en mystici gesproken … Hoe kan een mens een Mysterie voelen als dat Mysterie niet in hem aanwezig is? Ik kan niet haten, als er geen haatbron in me zit, ik kan niet liefhebben, als er geen liefdesbron in me zit. Is Mystiek dan een weg naar binnen? Of een weg van bin- nen naar buiten? Ik zou dat zo niet kunnen stellen. Een weg naar binnen of van binnen naar buiten is eerder een vóórwaar- de tot Mystiek. En dan zal dat nog minder slaan op ‘een weg’ dan wel op een veranderde of veranderende houding t.o.v. de totaliteit van leven, van levensinstelling. Als we het wezen van Mystiek mogen of kunnen koppelen aan het ‘Mysterie van Eenheid’ (in de Kosmos), dan vereist Mys- tiek een religieuze levenshouding, religieus in de breedste zin van het woord (zoals eerder aangegeven). Ik ga even wat uitweiden. Hoe kan ik het mysterieuze en de schoonheid van bijvoor- beeld de flora ervaren, als ik me niet één voel en één weet daarmee in een liefdevolle houding, d.w.z. mij erin opgeno- men voel en beter nog: haar in mij opneem? Ik kan haar ook zien als een bestudeerbaar object, maar dan plaats ik haar bui- ten mij. Als plantkundige kan dat dus wel. En daar is niets mis mee. Hij/zij kan daardoor zelfs onder de indruk raken, bewon- dering krijgen als mens voor de natuur. Maar het is niet dank- zij de plantkunde, dat ik me één voel en weet met de flora. Het is niet dankzij de geneeskunde, dat ik mijn lichaam waardeer als instrument om ‘Gods’ schepping uit te dragen, al ben ik echt wel dankbaar, als zij mijn lichamelijke kwaal weet te verhelpen. Toch beleef ik ook in het ‘negatieve’ geval mijn lichaam als opgenomen in een Geheel, zonder rationeel te wil- len, zelfs te kunnen plannen en te verwachten. Natuurlijk is voor de scheikundige water: H O, maar voor de mens is water o.a. de beleving van een koele dronk, of voorwaarde tot leven. Natuurlijk kan het, objectief gemeten, buiten –5 graden zijn, maar bij die straffe noordoostenwind beleef ik –10. En we zijn tegenwoordig al zover, dat we over gevoelstempera- tuur spreken. Natuurlijk kan ik geen geding aanspannen tegen de ambulancedienst die binnen 5 minuten aanwezig was, maar ik beleefde die 5 minuten als een eeuwigheid. Maar wat heeft het voorgaande eigenlijk met Mystiek te ma- ken? Wel, de gegeven voorbeelden tonen iets aan, namelijk dat ervaringen in ons levende bestaan niet allereerst gericht zijn op en door ‘objectiviteiten’, maar pas werkelijkheid worden in en door de be-levende mens. Er is een wezenlijk onderscheid tus- sen kwantitatieve ‘objectiviteiten’ en kwalitatieve belevingen. Zo wordt het ‘object’, dat ik buiten mij zou kunnen plaatsen – bijv. water – tot iets wat in mijn subject-zijn aanwezig is. Zo heeft ook verspilling van water en van de gehele natuur niet meer te maken met ‘voorraden die opraken’, ‘de lucht schoon- houden’, of met fiscale milieubelastingen, maar met een be- wust-zijn van eenheid. En dat (het) bewustzijn iets anders is dan hersenen en ratio, moet ons al lang bekend zijn.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=