Reflectie 6(1) voorjaar 09.vp
De vele goden van ons geloof Theije Twijnstra Het menselijke vermogen om ergens in te kunnen geloven, lijkt grenzeloos. Geen idee is te bizar, geen beeld te onvoorstelbaar en geen concept te extreem, of er zijn altijd wel een paar volgelingen die er de logica van inzien en zich er onvoorwaardelijk aan kunnen overgeven. Waar komt deze enorme behoefte aan een zekerheid vandaan? Door welk geheim laten we ons voortstuwen? Een kleine queeste door de krochten van ons verlangen naar houvast . In het jaar 1997 vonden in de maand maart een aantal opmerke- lijke gebeurtenissen plaats. In Canada werden in een huis de vijf dode lichamen gevonden van een religieuze groepering die zich de Orde van de Zonnetempel noemde. Het was niet de eerste keer dat deze geheimzinnige sekte op deze lugubere manier in het nieuws kwam. Ook in 1994 kwamen 53 leden om het leven, deels door zelfmoord, deels door moord zoals later zou blijken. Een macaber ritueel dat in de nacht van 14 op 15 december 1995 in de bossen bij het Franse Saint-Pierre-de-Chérennes op- nieuw werd uitgevoerd en dat die keer 16 dodelijke slachtoffers eiste. De verbrande lichamen lagen in de vorm van een ster. Het was hun overtuiging dat ze door een collectieve dood opnieuw geboren zouden worden op de planeet Sirius en aldaar een nieuw en beter leven tegemoet zouden gaan. In diezelfde maand werden in een riant herenhuis in Cali- fornië de 39 lichamen gevonden van de groepering Haven’s Gate. Tieners, volwassenen en ouderen lagen opgebaard in bed, keurig toegedekt met een paars kleed. Ze geloofden dat in de staart van de toen zichtbare komeet Hale-Bopp zich een ruimteschip bevond dat hen naar de The Next Level zou kun- nen brengen. Een spirituele dimensie waarin een hoger levens- geluk dan op aarde te verwezenlijken zou zijn. Door hun lichaam te verlaten, geloofden ze in de vermeende vliegende schotel te komen. Mensen die hen probeerden te overtuigen door ze door zeer sterke telescopen te laten kijken, kregen te horen dat het geen goede telescopen waren, want anders zou het ruimteschip zeer zeker te zien zijn geweest. Drie van de vele voorbeelden waarin charismatische lei- ders anderen zover wisten te krijgen dat ze al hun bezittingen en relaties achter zich lieten en zelfs bereid waren hun leven te geven voor een idee dat je op z’n minst twijfelachtig zou kun- nen noemen. Hoe kunnen mensen in geestelijk opzicht zover afdwalen dat ze tot deze extreme vormen van geloof komen? Gaat het alleen om zwakke, domme en ongelukkige mensen of zijn we in principe allemaal een potentiële kandidaat voor welke vorm van begoocheling dan ook? Van Jan Modaal tot moordenaar Sekten zijn in zekere zin een gemakkelijke prooi voor cynisme en kritiek. Voor de meesten van ons zijn deze verhalen zo on- begrijpelijk en weerzinwekkend dat we ons niet kunnen voor- stellen dat de leden over normale verstandelijke vermogens zouden kunnen beschikken. Je moet al min of meer ‘gek’ zijn om je bij zo’n irrationele overtuiging thuis te kunnen voelen. En waarom zouden we ons over individuele ‘kneusjes’ druk maken? Maar is dit beeld wel juist? Gaat het alleen om mensen die gefrustreerd, teleurgesteld of eenzaam zijn? Zijn zij alleen bevattelijk voor de wildste belof- ten of ligt het toch iets genuanceerder? In de jaren zestig werden volstrekt willekeurige mensen uitge- nodigd deel te nemen aan een experiment rond geheugen en straf. Vooraf aan de test werd de kandidaat die tot ‘leraar’ was be- noemd, voorgesteld aan de ‘leerling’ die hij op zijn geheugen zou moeten toetsen. De leerling, in werkelijkheid een medewerker, zei terloops dat hij hartproblemen had en dat hij hoopte dat alles goed zou verlopen. Vervolgens werden onder het oog van de le- raar de elektroden op de armen van de leerling aangebracht. Daar- na verdween deze in een andere ruimte en was er alleen via de microfoon nog contact tussen leraar en leerling mogelijk. De proefpersoon werd achter een apparaat geplaatst waar- op een groot aantal schakelaars was aangebracht. Elke schake- laar correspondeerde met een bepaalde stroomsterkte die vari- eerde van 15 tot 450 volt. Boven elke waarde stond een ver- klarende tekst betreffende de uitwerking van de elektrische schok. Zo stond er bij de eerste schakelaar ‘heel licht’, bij de middelste de aanduiding ‘zeer sterke schok’ en was er bij de laatste schakelaar het mysterieuze ‘XXX’ te lezen. De test bestond uit meerkeuzevragen en al gauw kwam de leraar er achter dat hij geen beste leerling had getroffen. Vaker en vaker moest hij met een elektrische schok de leerling straf- fen. Hoewel de reacties van de leerling steeds angstaanjagen- der klonken en hij nadrukkelijk klaagde over zijn hart, ging de leraar, soms na een enkele aanmoediging van de leider van het experiment, toch door met het geven van elektrische stroom- stoten. Ook als de ander schreeuwde van de pijn en zelfs toen het op een zeker moment griezelig stil was geworden, aarzelde de leraar niet om tot de laatste schakelaar door te gaan. Tweederde van de deelnemers vond het belang van het ex- periment en het gezag van de wetenschapper belangrijker dan de gevolgen voor de leerling. Ze geloofden dat het waar was wat er gebeurde, maar vooral geloofden ze dat het goed was wat ze deden. Nogmaals, het ging hierbij om gewone, normale en brave mensen van wie het overgrote deel op basis van hun geloof in het experiment in zeer korte tijd bereid was iemand te martelen en te vermoorden. Gemaakt voor het geloof Van jongs af aan worden we vertrouwd gemaakt met het be- grip autoriteit. Een gezag dat buiten onszelf aanwezig is in de vorm van onze ouders, vriendjes, Sinterklaas en later de lera- ren, de werkgever, de deskundigen en nog vele anderen die op maatschappelijk, commercieel, cultureel, politiek, geestelijk of wetenschappelijk terrein hun invloed op ons kunnen uitoefenen.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=