Reflectie 6(1) voorjaar 09.vp
We geloven in deze mensen of in wat ze overbrengen. We aanvaarden hun mening, we denken dat ze beter op de hoogte zijn dan wij. We vertrouwen op hun deskundigheid en volgen hun aanwijzingen, luisteren naar hun mening en nemen deze vaak gedachteloos en meestal klakkeloos over. We zijn ge- wend om niet in discussie met een arts te gaan als we zelf niet medisch zijn geschoold. We geloven de berichten in onze krant, misschien niet volledig, maar toch meer dan de berich- ten uit een andere krant. We geloven in de bekende televisie- journalist en in zijn objectiviteit. We geloven in algemene me- ningen of als we daar niet in geloven, houden we ons vast aan een alternatieve opvatting. We geloven in de maakbaarheid van het leven door onze risico’s te verzekeren, door het ont- wikkelen van een sociaal vangnet of door het verzamelen van vaardigheden, kennis of geld. We zijn een en al geloof en realiseren ons misschien te weinig hoe kwetsbaar deze afhankelijke opstelling is en hoe gemakkelijk we op een dwaalspoor kunnen raken en een prooi kunnen worden voor een mooi verhaal of een aantrekkelijk aanbod. De volgende gebeurtenis is eveneens werkelijk gebeurd. Aan een hotelbar zit een aantal zakenlieden. De sfeer is ge- moedelijk en ontspannen. Plotseling komt er een dame binnen die er bijzonder rijk uit- ziet. Ze is nogal overstuur. Ze heeft zojuist een kostbare ring verloren en kan deze nergens meer vinden. “Hij heeft wel twin- tigduizend dollar gekost,” laat ze zich in wanhoop ontvallen. Vervolgens beschrijft ze de ring tot in de details. “Zouden de heren misschien even op de grond willen kijken of de ring daar ligt?” Natuurlijk willen ze dat wel. Helaas, de ring blijft zoek. Teleurgesteld verlaat de dame de bar. Een korte tijd daarna komt een man bij de heren zitten. Zijn ogen glimmen. Hij laat een kostbaar uitziende ring zien die helemaal voldoet aan de be- schrijving die de rijke dame hun had gegeven. “Zojuist gevon- den,” laat hij de anderen weten, “maar wat moet ik ermee?” De heren aan de bar kijken hem veelbetekenend aan. “De eerste die mij duizend dollar geeft, mag deze ring hebben.” Binnen een minuut heeft hij de ring verkocht. De man drinkt nog een biertje en verlaat de bar. Hem zullen ze nooit meer zien. De rijke dame komt eveneens niet meer opdagen. Bij taxatie door een juwelier blijkt de ring niet meer dan een paar dollar waard te zijn. Wat is er hier gebeurd? Hoe heeft dit zo kunnen gebeuren? Het scenario is in wezen heel eenvoudig. Eerst geloofden de heren in het uiterlijk van de dame, ze veronderstelden dat ze rijk was. Hierdoor namen ze als vanzelfsprekend aan dat ze zich ook zo’n kostbare ring kon veroorloven. Vervolgens ge- loofden ze dat de gevonden ring de ring van de dame was en dus veel geld waard was. Daarna geloofden ze in de onschuld van de man die de ring gevonden had. Ze dachten allemaal dat ze slimmer waren dan hij. En ten slotte geloofden ze vooral in de unieke kans die hen werd geboden. Zonder een spoor van wantrouwen tuimelden deze doorgewinterde zakenlieden in de val die voor hen was opgezet. Hun geloof in geld en goed, hun vooroordelen over rijk en arm, over dom en slim en hun ge- loof in hun eigen handelsgeest maakte hen tot gemakkelijke slachtoffers van hun begeerte. Maar geldt dat niet voor de meesten van ons? Draait de maatschappij niet voor een groot deel op ons ge- loof in macht, succes en bevestiging? En zijn dit niet de meest effectieve middelen om meer diepere en wezenlijke levensang- sten en onzekerheden de baas te blijven? Sterven om te baren Onder de wereld van de gezamenlijkheid, de gezelligheid, de saamhorigheid, de afspraken, de tradities, kortom onder de wereld van ons geloof vinden we een andere wereld. Een wereld waar de mens alleen is. Helemaal op zichzelf is aangewezen. Geen godsbeeld, geen maatschappelijke waarde- ring, geen persoonlijke vervulling, geen enkele vorm van troost of bemoediging is in deze wereld nog aanwezig. Waarom is deze wereld zo leeg? Waarom moet een ieder door deze geestelijke woestijn? Omdat het de echo is van onze vele ontkenningen, de weerkaatsing van een schijnleven waar- in we zo lang en zo hevig in van alles hebben geloofd, omdat we te lui waren zelf te denken, zelf te voelen, zelf te onderzoe- ken. Tweedehands kennis was voor ons genoeg. Met derde- hands meningen kwamen nog heel goed voor de dag. Met vierdehands wijsheid en vijfdehands geloof konden we nog goede sier maken en ons nog heel redelijk redden. Maar op een zeker moment gaat het niet meer. Dan zijn we te moe geworden van al onze inspanningen om erbij te horen. Dan lukt het niet meer onze rol nog langer overtuigend voor het voetlicht te brengen. Dan worden we ge- dwongen een keuze te maken die verder gaat dan onze ge- moedsrust van gisteren, onze veiligheid van vandaag en onze maakbaarheid voor morgen. Dan komen we in een wereld die we te lang van ons af hebben geschoven, te vaak weg hebben geredeneerd, te veel als niet functioneel hebben ingeschat. Ons grote verlangen om gelukkig te zijn, gewaardeerd te worden en een betekenis te hebben en ons grote geloof dat we dat buiten onszelf dachten te kunnen vinden, heeft ons lange tijd gedragen en een zekere vorm van psychologische veiligheid geschonken. Maar ook heeft datzelfde verlangen en datzelfde geloof ons uiteindelijk tot deze staat van ontgoocheling gebracht. Een staat van eenzaamheid en betrekkelijkheid die ons in alle hef- tigheid confronteert met het einde van een levenshouding waarin we ons niet langer kunnen thuis voelen. In dezelfde mate waarin we onszelf al die tijd voor de gek hebben gehou- den, zullen we nu de prijs moeten betalen in de vorm van een grote leegte en een grenzeloze zinloosheid. Alleen zo kunnen de vele vezels van het verleden worden doorgesneden en kun- nen we zucht voor zucht, traan voor traan en pijn voor pijn onszelf op een wezenlijker niveau geboren laten worden. De bron der vergissingen Daar zijn we dan. Alleen. Alle normen en waarden glijden langs ons af. Alle hoop en verlangen hebben hun glans verlo- ren. Geestelijk staan we naakt; moeten we erkennen dat we nog zo bitter weinig voorstellen. Wat heb ik van mezelf? Wat is origineel aan mij? Wat is waarachtig en oorspronkelijk aan mij? Wie ben ik? Wat doe ik hier? Waarom ben ik? Wat weet ik van morgen? Wat weet ik van het leven? Van jou? Van de dood? Slechts enkelen durven aan alles te twijfelen en ondanks deze wankelmoedigheid toch het lef te behouden om vragen te blijven stellen. Zie ik het wel goed? Wat wil de wereld mij laten geloven? Hoe gemakkelijk laat ik me beïnvloeden en hoe snel laat ik me uit mijn eigen koers brengen? Is het mogelijk in de wereld te leven en toch niet in haar vele wanen te verdwalen?
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=