Reflectie 7(4) winter 2010.vp
Verheffing – door liefde tot de Meester De liefde voor een Meester wordt, naarmate zij groeit, wel ge- zien als een groot geheim, omdat zij zich niet laat omschrijven. En omdat het een relatie is, aangegaan door de leerling en de Meester. Daarbij is geen enkele relatie tussen een meester en zijn leerling gelijk aan een andere relatie tussen dezelfde Mees- ter en een andere leerling. Zo haalt Hazrat Inayat Khan in een van zijn voordrachten een voorbeeld aan van Heer Krishna. Heer Krishna werd gevraagd of hij met elk van zijn vele Gopi’s op een feest wilde dansen. Hij stemde toe. Na afloop van het feest had ieder, tegelijkertijd, met Heer Krishna gedanst. En zo zal het vermoedelijk ook zijn met alle leerlingen die zich af- stemmen op een Meester. Maar dat wat alle leerlingen met el- kaar verbindt, is de diepe liefde voor hun Meester. Zo heeft ieder mens, als het goed is, een Meester, een voor- beeld, een ideaal, waardoor hij geleid wordt en zich koestert in dat ideaal. En of deze Meester al dan niet fysiek aanwezig is, is van geen belang. Waar het m.i. om gaat, is ons hart te rich- ten op die Ene, de Meester te ontvangen in ons hart, en hem zo lief te hebben dat wij, met hulp van bijvoorbeeld een ingewij- de, onszelf kunnen optrekken naar een ander niveau. In de Vrij-Katholieke Kerk doen wij dat bijvoorbeeld door de H. Eucharistie, door de vieringen van Christelijke Hoogtij- dagen, door gemeenteavonden met een bepaald thema en in- spirerende epistel- en evangelielezingen, en een levengevende overweging. Zo is er voor iedereen die zoekt een Meester, een inwijder op het pad dat voor ieder ‘klaar ligt’. Het pad dat ons kan brengen naar het ontwaken van onze ziel. De inwijder zal zichzelf nooit als doel zien; hij /zij staat je bij je doel te berei- ken, de eenheid van het Leven te mogen ‘smaken’. En deze in- wijder, deze leraar, kan zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. Hazrat Pir-o-Murshid Inayat Khan Omdat er een aanvraag binnenkwam om de twee eerder aang- egeven boeken te ‘bespreken’, leek het zinnig iets te vertellen over Hazrat Pir-o-Murshid Hazrat Inayat Khan en zijn bood- schap van Liefde, Harmonie en Schoonheid. Een boodschap die de harten van velen beroerde en aanzette tot verspreiding van deze boodschap. Een boodschap van Universele Eenheid, boven de daken van kerken, moskeeën, synagogen en tempels uit. Maar ook een boodschap, waardoor wij in voornoemde Gebouwen, onze eigen geloofsovertuiging, onze eigen Mees- ters nog meer tot Leven kunnen brengen. En het is in deze Boodschap dat Murshid Inayat zijn eigen wezen, zijn ziel en zaligheid legde, met een wilskracht, liefde en wijsheid die – in ieder geval voor déze leerling – goddelijk is. Want dat is het Doel, door de bevrijding van de ziel op te gaan tot de Ene. Tot de Ene, De volmaaktheid van liefde, harmonie en schoonheid, Het enige Wezen, Verenigd met alle verlichte zielen, Die de belichaming vormen van de Meester, De Geest van Leiding. (Invocatie, door Hazrat Inayat Khan gebracht.) “Ik ben een opkomend getij in de levenszee, naar de kust allen dragend, die binnen mijn bereik komen.” (Gayan) Inayat Khan werd geboren in het vorstendom Baroda, India op 5 juli 1882, in een kleurrijke familie waar, door vermenging, vele invloeden, beschavingen en tradities, geestelijke waarden en muziek hoog gewaardeerd werden. Hier werd de grondslag ge- legd voor Inayats uitzonderlijke muzikale kwaliteiten en gaven voor mystiek. In het familiehuis, waar Inayat opgroeide, was het een komen en gaan van hoog ontwikkelde mensen en al op vroege leeftijd bevond Inayat zich onder hen. Zijn grootvader, Moula Bux , stimuleerde hem met name zijn muzikale talenten te verfijnen. Immers, zijn hele familie was in hoge mate muzi- kaal. Op latere leeftijd reisde Inayat door heel India, waar hij op uitnodiging van maharadjas aan het hof kwam spelen. Inayat ge- noot grote bekendheid. Tijdens zijn reizen, van hof naar hof, ontmoette hij velen die hem een grote toekomst voorspelden. Want het spelen op de vina was niet alléén zijn uitzonderlijk ta- lent. Hij was een innemend mens, en velen verkeerden graag in zijn gezelschap. Gedurende deze reizen ontstond in Inayat het vurige verlangen naar zijn eigen leermeester, zijn eigen Murs- hid, die hij onverwachts ontmoette, na diverse malen zich ge- meld te hebben bij diverse heiligen en afgewezen te worden. Inayat, met zijn kracht en felheid, had een krachtige en rustige leider nodig, niet zomaar een stille, comtemplatieve geest. De ontmoeting met zijn Murshid vond plaats in Hyderabad tijden s een bezoek aan een voorname theoloog. “De jonge man in colbert (Inayat) bleef staan kijken; … waar had hij de nieuwe gast eerder ontmoet? Langzaam drong tot hem door, dat hij het gezicht uit zijn visioen in werkelijk- heid zag. Toen keek de grijsaard naar hem en vroeg aan de gastheer wie hij was. ‘Mijn geest wordt tot de zijne aangetrok- ken’”. Zijn Murshid werd Seyed Mohammed Abu Hashem Madani. Daar leerde hij trouw aan zijn Murshid, hij leerde dis- 22 Reflectie 7(4) winter 2010
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=