Reflectie 7(4) winter 2010.vp

Armstrong spreekt van compassie als ‘de lakmoesproef van ware spiritualiteit’ en als ‘de wezenskern van alle religies inclu- sief de islam’. Het houdt volgens haar in ‘dag aan dag in ons ei- gen hart kijken en nagaan wat pijn doet en steeds weigeren an- deren eenzelfde pijn toe te brengen’. Met het oog op de eerder genoemde wrok bij zeer velen, lijkt dat continu in het eigen hart kijken niet zonder belang. Zeker als wrok gegeneraliseerd wordt naar diverse personen en groepen toe, waardoor het ten slotte zelfs een klacht wordt tegen het leven zelf en haar zogenaamde onrechtvaardigheid. Wrok koesteren veroorzaakt verharding, die voor sterkte doorgaat, maar die ons in feite in de slachtoffer- houding doet blijven. Er zijn verschillende therapieën hoe men- sen zich daaruit kunnen losmaken. Om te beginnen met de waarheid van de pijn in het verleden te erkennen, ons hart voor onszelf te openen en de verwonding te leren omarmen met ei- gen mededogen. Dus zo proberen op een nieuwe manier bij onszelf aanwezig te zijn, waardoor mogelijk het defensieve schild rond ons hart breekt en vergeven mogelijk is. De mens als kanaal voor de liefde En als het om een houding van wrok van tegenspelers gaat, is Jezus’ advies om hen de andere wang toe te keren functioneel. Het treft het hart van de wrokmentaliteit en de kern van ons defensieve ego, zoals het ook van belang is steeds een onder- scheid te maken tussen ‘slechte daden’ en de ‘daders’, die vaak vanuit verblinding handelen. Maar niets moet natuurlijk. Ook niet zelf de absolute liefde teweegbrengen, los van de vraag of we dat kunnen, laat staan dat we die van een ander kunnen eisen. Ze is er gewoon, of we er ons nu bewust van zijn of niet. Via ons kan die liefde wel te voorschijn komen. Kan, zeg ik en wel via de formule van het zich openen. Ze komt te voorschijn als we ons volledig ope- nen voor onszelf, het leven en de ander. Het manifesteert zich in vertrouwen, zelfaanvaarding, warmte en onzelfzuchtig lief- hebben. (Vertrouwen ook in de Bron, waaruit we zijn voortge- komen). En als we liefde ontvangen van een ander, bevestigt het ons in wie we zijn. Maar het is goed te bedenken, dat onze persoonlijkheid niet de bron van de grote liefde is. Nee, we zijn als mens een kanaal voor die liefde, zodat die door ons heen kan stromen, ook naar de wereld toe. De liefde is er van- uit de Oorsprong van het geheel, vanuit het universum dus en ze vindt tevens een basis in onze goddelijke kern ofwel ons ‘hart’. Het is waarom God ook wel Liefde heet en vice versa. Maar wezenlijk is dat de liefde in potentie in onszelf zit en het dus een vergissing is deze van de ander te claimen. Als ie- mand je liefde schenkt, overhandigt deze persoon je niet iets, maar hij of zij bewerkstelligt indirect dat ‘er een raam in jou opengaat, zodat de grote liefde bij je naar binnen kan komen’ (Welwood, 57). De ander inspireert wel indirect, dat het raam van je ‘hart’ opengaat, waardoor de grote liefde beschikbaar kan komen, maar het is dan let wel een ‘eigen innerlijke ervaring’ (idem). Dat er op het terrein van de relaties zoveel botsingen zijn, heeft mede te maken met onze inbeelding, dat anderen voor ons de bron van liefde zijn. Dat zijn ze namelijk niet, voor de ware liefde moet je niet op hen rekenen. Dat klinkt hard, maar komt in wezen goed uit, omdat de anderen net als wij ook vaak met ego-verwondingen zitten. Niet dat je je daarom niet met hen moet verbinden, juist wel, ook om zelf te leren van de pijn, die dat kan geven en om zo bewust te worden van de ware Bron van liefde. Naast de kwetsbaarheid voor teleurstellingen in de relaties met anderen, kunnen we zo wellicht eerder toestaan dat ons hart een open kanaal wordt, via welke de grote liefde de wereld of het Veld instroomt en daardoor een enorme kracht wordt. Hartstreek veel grotere magnetische straling dan de hersenen Uit onderzoek en metingen is recent gebleken dat onze hart- streek de grootste magnetische straling heeft. Het veld rondom ons hart zou onder meer zo’n vijfduizend maal sterker zijn dan het veld dat de hersenen uitzenden. Intenties die vanuit het hart worden gevoeld, hebben dus in vergelijking het grootste scheppende effect. Sinds we weten dat onze gevoelens, ge- dachten, gebeden en zegeningen invloed hebben op het Veld dat ons allen omringt en vooral de gevoelens of ‘de taal’ van het hart, zoals oude religieuze teksten ook al betoogden, is er recent het idee om via die ‘taal’ onze planeet wat sneller naar een hoger niveau van bewustzijn te tillen. Dit dan enerzijds door de kracht van de liefde en anderzijds door onze beper- kende op angst en afscheiding gebaseerde dualistische overtui- gingen te wijzigen. De bekende Amerikaanse schrijver Gregg Braden begon daartoe zelfs het project onder de naam Global Coherence Initi- ative, waarbij wereldwijd zo’n dertienduizend mensen zijn be- trokken, die collectief en coherente gevoelens van liefde kunnen uitzenden (zie www.heartmath.org ). Hij pleit voor een (meer) leven vanuit het hart, niet alleen als een prettige en natuurlijke manier, maar ook als een zeer verstandige, in de kritische over- gangstijd waarin onze wereld zich bevindt volgens hem. Het tijdschrift Happinez wijdde in de zomer van 2009 een groot arti- kel aan dit initiatief. De oneliner of kop boven dat artikel was de uitspraak van Gregg Braden: ‘Het is aan ons te laten zien, dat le- ven vanuit een liefdevol en mededogend bewustzijn de enige, logische volgende stap is in de menselijke evolutie’. Bestemming van de mens Hij stelt net als ik, liefde en mededogen min of meer op een- zelfde lijn. Ik sluit daarom graag af met de visie van Hein Stufkens, die ‘mededogen de bestemming van de mens’ noemt en dat zelfs als titel meegaf aan een boek van hem (1997). Misschien is dat wel gemakkelijker te begrijpen dan dat liefde onze goddelijke kern of ons ‘hart’ is. Dit omdat we na de in- carnatie eerst sterk bezig zijn met onszelf neer te zetten in de wereld en met overleven, waardoor we, zeker in de eerste le- venshelft, onze herkomst vaak zijn vergeten en dus ook dat we in ons een goddelijke liefdesessentie hebben. Bestemming geeft aan dat we in het begin allerlei vergissingen kunnen ma- ken op het terrein van onze essentie, dus daarin ‘ons doel voorbijschieten’ (betekenis van het woord ‘zonde’), maar dat we er uiteindelijk toch naar toe groeien. In het Oosten wordt, als het gaat om liefde en mededogen van het ‘dharma’ (de werkelijke aard, de bestemming) van de mens, een ‘dharma’ dat er is, zoals de (belangeloos) warmte verspreidende zon. Mahatma Gandhi noemde liefde waarheid, die volgens hem niet te vinden is in boeken, maar in ons hart en dus ‘daar moet worden gezocht’. Stufkens heeft voor zijn visie op mededogen ‘als de be- stemming van de mens’ een drietal indicaties. In de eerste plaats de aard van de mens in het geheel van de schepping, ge- zien het feit dat de mens het vermogen tot zelfbewustzijn heeft. 12 Reflectie 7(4) winter 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=