Reflectie 7(4) winter 2010.vp

lijk wat de oorzaken zijn van onze psychische en lichamelijke ongemakken en wat wij daaraan kunnen doen. Het boze niet weerstaan, wil volgens hem niet zeggen dat je het in je eigen wezen op moet nemen, maar betekent alleen maar dat je de disharmonie die op je af komt niet terugstuurt. Want door tegen disharmonie te vechten, doen we die toene- men, en door er niet tegen te vechten, geven we geen brand- stof aan het vuur. Andere belangrijke punten die aan o.a. aan de orde komen zijn het verkrijgen van meesterschap over het zelf, zelfbeheersing, en adem. Een pittig antwoord op de vraag hoe ritmisch ademen wordt verkregen, luidt: “Dat is een wetenschap op zich. Wij zijn ver weg van een natuurlijk leven. We moeten achter trams en taxi’s aanhollen, we moeten onze trein halen; duizend dergelijke dingen verstoren ons ritme. Dacht u dat in het Oosten een wijze, of een ingewijde die me- ditatie beoefent, hard achter een tram zal lopen en zijn ritme zal verstoren? Al deze dingen verstoren het ritme van de adem. Wat wij natuurlijk noemen, is niet natuurlijk; van de vroege ochtend tot de late avond heeft ons leven geen ritme.” Volgens Murshid Inayat is ademen een mysterie. Het schijnt het teken van het begin en het einde van het leven. Vele kleine wijzigingen vinden plaats in een mensenlichaam door een wij- ziging in de werking van de adem. Dit is maar een kleine greep uit de vele punten die behandeld worden. Het tweede deel handelt over “Het voorrecht mens te zijn”. Hierin worden de beheersing van het denken, het mysterie van de slaap, dromen en geestelijk genezen besproken. Ten slotte: ”De beste weg voor hen die de waarheid zoe- ken – niet voor iedereen, maar voor hen die op het pad van de waarheid zijn – is om net zoveel wakker te zijn als nodig om hun verantwoordelijkheden in het leven te dragen, en niet toe te staan helemaal vertrapt te worden, en zoveel te dromen als zij kunnen, zonder hun verantwoordelijkheden in het leven te verwaarlozen”. “Gezondheid van de geest en gezondheid van het lichaam hangen daarom af van het bewaren van die harmonie, van het intact houden van die sympathie, die voortdurend in lichaam en geest werkzaam zijn.” Ook in dit boek vinden we originele vragen en antwoorden bij een aantal lezingen opgenomen. Ook dit boek is sameng- esteld uit lezingen van Murshid Inayat in de jaren ’20 van de vorige eeuw. En aan het einde vinden we tevens de verklaring van de geplaatste noten. * * * * * Ook in het Vrij-Katholieke gedachtegoed, m.n. het mystieke, past de universele boodschap van deze Murshid – Hazrat Inay- at Khan – bij het zoeken naar onze ‘weg naar binnen’. Kijken we alleen al eens naar het begin van het eerste hoofdstuk van boek II (hierboven). Aansluitend aan bovenstaande boekbe- sprekingen daarom nog het volgende artikeltje “Ya Murshid”. Rachel Sonius is altaardienaar in de Vrij-Katholieke Kerkge- meente “Christus Pantocrator” te Raalte. Hier volgt zij ook een cursus ‘Bijbels-Hebreeuwse taal en mystiek’. Zij kwam in 1992 voor het eerst in contact met het soefisme van Hazrat Pir-o-Murshid Inayat Khan. Zij is ingewijd in de Soefi-Orde door haar spiritueel soefi-leraar Siddiq Geesing te Hengelo. Ya Murshid Rachel Sonius Wat is het toch dat een mens doet besluiten een meester te kie- zen, een meester te volgen, een meester lief te hebben en te po- gen diens wezen te omvatten, wetend dat het een heel lange weg zal zijn? Wat is het dat een mens ertoe brengt alles wat in het leven geleerd, genoten, geleden en ervaren wordt, spritu- eel of materieel, onder te brengen bij “EEN”, die Ene, die net de bij jou gevoelige snaar heeft geraakt, door een blik, door een woord, een gebaar, een uitstraling? Wat is het dat puzzels van successen en falen beide aan elkaar gelijk worden, door de ervaringen, niet alleen en uitsluitend door het gevoel dat men erbij heeft? Wat is het dat onze weg zich lijkt te verbre- den, door alle zijwegen die lijken te worden bewandeld, maar die maken dat we die ervaringen uiteindelijk opdragen aan die Ene? Dat we als een verloren zoon of dochter, toch steeds weer thuiskomen? Meesters in universaliteit Hoe komt het, dat zij die Hazrat Inayat Khan als Meester (Murshid) aannemen, in hem Meester Jezus Christus herken- nen, en/of de profeten Mozes en Mohammed, Krishna, Boed- dha, Zarathoestra? Hoe komt het dat we in en door de woor- den van onze Meester ons eigen verlangen zien groeien naar meer nabijheid, nabijheid van Dat Wat geen Naam heeft? En hoe komt het dat het beeld van onze Meester verinnerlijkt, abstracter wordt, maar toch altijd bij ons blijft? Het is niet gemakkelijk op al deze vragen te antwoorden, maar in de vraag ligt het antwoord eigenlijk besloten. Het aangeraakt zijn in een diep verlangen thuis te zijn in het be- staan. Niet alleen het bestaan hier, op dat wat wij aarde noe- men, maar ook het bestaan hiervoor, en hierna. En bij verdie- ping in het goddelijke ideaal van Hazrat Inayat Khan kan een zoekende de lijn van zijn eigen ontstaan herkennen, en bij voorbeeld een tekst leren begrijpen uit het Thomas-Evangelie: ”Wordt voorbijgangers”, leren in-zien, als een boek van het Ene Leven dat zich in ons openbaart. En het is dit geopenbaar- de verlangen dat een mens kan aanzetten tot een zoektocht. Het is door dit geopenbaarde verlangen in een mens dat zich veranderingen voordoen in het wezen van iemand, en daaruit voortvloeiend, ook veranderingen in zijn ‘gaan en staan’. Soefisme, een soefi-orde en de Soefi Boodschap Feitelijk moeten we onderscheid maken tussen drie dingen: Soefisme, de Soefi-Boodschap eneen soefi-orde. Soefisme is de bron van wijsheid, die aan het begin van de mensheid is ge- schonken en kent geen stichter. God Zelf is die bron. Een soe- fi-orde is een esotherische school en geeft een methode om uit die bron te putten en de weg van wijsheid te volgen. De Soefi- Boodschap, wordt steeds opnieuw gegeven, wanneer – zoals Heer Krishna zegt – dharma in verval is. Nu is de Soefi-Orde van Hazrat Inayat Khan gekozen als drager van een nieuwe impuls. Daarbij is het in dit geval zo, dat de boodschapper (Inayat Khan) op de achtergrond moest treden. De mensheid wordt nu in staat geacht ‘de Boodschap’ en de ‘boodschapper’ in zichzelf te herkennen. Het soefisme is niet van Hazrat Inay- at Khan. Wel kunnen we spreken van zijn universele soefi- boodschap. 21 Reflectie 7(4) winter 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=