Reflectie 7(4) winter 2010.vp
Als Religie nu weer ‘in’ lijkt dan gaat het om Religiositeit Hans Feddema Op symposia over religie krijgt het instituut kerk, moskee en/of synagoge en de relevantie daarvan voor de samenleving helaas vaak meer aandacht dan religiositeit. Terwijl het daar juist om gaat, als er vandaag de roep klinkt, dat religie ‘weer in is’. Religi- ositeit is net als mystiek en beleving van rituelen de innerlijke dimensie van religie, zo niet van het hele leven. Ze kan als een soort zuurdesem een samenleving doortrekken, ook onze seculiere maatschappij, deze als het ware ‘betoveren’, althans meer ma- gisch of intuïtief maken, kortom iets minder rationeel doen zijn. De samenleving heeft zowel een heilige als een onheilige, zo niet demonische component en dan hoef je bij het eerste niet slechts te denken aan muziek en kunst. Ik denk dat de moder- ne mens niet meer gelooft in de scheiding tussen het heilige en het onheilige, maar deze beide ziet als min of meer geïnte- greerd in de samenleving. Dus dat het goddelijke, zoals Carl Jung het uitdrukt, ‘goed en kwaad tegelijkertijd’ is en hoe dan ook niet een moralistische en straffende ‘Heer op afstand’ is, zoals het christendom vanaf de middeleeuwse theologen Thomas van Aquino en Albertus Magnus ons helaas wel te veel heeft voorgehouden. De moderne mens ziet God of het goddelijke niet meer als een (louter) buitenwerelds wezen, maar als een Liefdeswezen dat niet in de laatste plaats tevens sterk aanwezig is als een kracht in de kosmos en in het aardse leven, dus ook in de mens. In die perceptie is de tegenstelling religieus en humanis- tisch gekunsteld en gedateerd, evenals de tegenstelling the- ïsme en atheïsme. Het humanisme ontstond immers als reactie op de omstreden wijze waarop religie als instituut invulling gaf aan religiositeit. En het atheïsme lijkt vooral een reactie op bovengenoemd buitenwereldlijk godsbeeld. Belangrijke dimensie Natuurlijk moet de politiek ‘dealen’ met het instituut kerk, moskee en synagoge en ook met zowel hun vrijheid als hoe ze zich gedragen binnen de rechtsorde. Zeker nu populisten pij- len afvuren op de islam en ook een Kerk in problemen is door het recent aan het licht gekomen en weerstand oproepende seksuele misbruik in internaten. Maar die religiositeit is niette- min een zeer belangrijke dimensie in de samenleving, ja ook in de politiek, omdat die ons en de samenleving bezielt, ook al zijn we er ons niet van bewust of wijzen we dat mentaal zelfs af. Zeker als we ons richten op duurzaamheid, vrede, compas- sie en interetnische of interreligieuze tolerantie, lijkt die inspi- ratie bepaald essentieel. Ik vraag daarom van de politiek en zeker van mijn eigen partij Groen Links openheid voor de spiritualiteit, zoals religi- ositeit en mystiek thans vaak heet — de maand november was er zelfs aan gewijd —; openheid dus voor de alom opkomende spiritualiteit in de samenleving, die je kunt omschrijven als een levenshouding, een manier van leven, een leven vanuit de Bron. Een leven van binnenuit kortom, een leven vanuit onze kern. Ik denk dat veel mensen en ook politici zich in die nieu- we spiritualiteit herkennen. Vrij recent WRR-onderzoek noemde zelfs in Nederland het cijfer van 4 miljoen ‘ongebon- den spirituelen’. En zoals een onderzoek in Engeland van de Britse godsdienstsocioloog Paul Heelas aantoonde, komt dit sterk op in het bedrijfsleven, de zorg, het maatschappelijk werk, het onderwijs, ja zelfs binnen de muren van de kerk. Hoe pluriform en ongestructureerd deze ‘ongebonden spiritu- elen’ ook mogen zijn, ze zien het goddelijke niet meer als een buitenwereldlijk wezen, maar als geïntegreerd in ons aardse leven. In de optiek van deze beweging van onderop is het hele leven - inclusief partijen, die zich niet expliciet beroepen op religieuze uitgangspunten - min of meer religieus te noemen. Ik voel dat ook zo. Het religieuze gebeurt bij wijze van spreken op het station, als men een oudere laat voor gaan of als bij mensen harmonie, schoonheid en compassie meer accent krijgen dan jaloezie, dwang en vernedering, zonder dat ze zich daar op voorstaan. Postmoderne spiritualiteit Een aparte christelijke politieke partij oprichten, zoals ik dat in de PPR-tijd — toen wij nog volop een zuilensamenleving wa- ren — (mede) deed met de Evangelische Volkspartij van frac- tievoorzitter Cathy Ubels, zou ik nu dan ook niet meer doen. De visie, dat het hele leven religieus is, is ook voor mijzelf natuurlijk even wennen, maar dat is wellicht zeker het geval voor hen, die menen dat alles louter materie is en eveneens voor vele ‘traditionelen’ in kerk, moskee en synagoge. Maar voor de politiek is het negeren van de postmoderne spirituali- teit of de nieuwe spirituele bewustwording van vandaag, laat staan erop neerkijken, het laatste wat zij zou moeten doen. Ze kunnen elkaar zeer bevruchten en zo de huidige polarisatie helpen te doen plaats maken voor meer bezieling in de samen- leving en voor een geïnspireerde politiek, gericht op onder meer verbinding en duurzaamheid. Dr. Hans Feddema is antro- poloog, publicist en bestuurslid van De Linker Wang. Dit artikel is mede geschre- ven naar aanleiding van de Conferentie Religie en Politiek van GroenLinks en De Linker Wang, op zaterdag 9 oktober jl. in de Jacobikerk te Utrecht. * * * 18 Reflectie 7(4) winter 2010
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=