reflectie 8(2).vp

inhoudelijk op in te gaan. Veel duidelijker kan hij niet maken dat hij een materialist in hart en nieren is die zich niet ver- waardigt om andere opvattingen ook maar in overweging te nemen. Om het kwantumfysische deel van Van Lommels idee- ën aan te pakken voert Swaab theoretisch fysicus Dijkgraaf op. Die zou hebben gesteld dat verstrengeling en non-lokaliteit alleen optreden bij een temperatuur van een miljardste graad boven het absolute nulpunt. Hoe dit is te rijmen met het werk van o.a. Zeilinger en zijn groep die verstrengeling van fotonen (bij de Canarische eilanden, vast een stuk warmer) over een afstand van 144 km tot stand brachten vertelt Swaab niet. Voorbarige waarheidsclaim Het gaat er niet om wie volledig gelijk heeft, dat heeft Swaab niet, Van Lommel niet, ik niet en u, beste lezer, ook niet. Op het kennen van de enig echte waarheid zijn wij mensen sowie- so niet gemaakt. We kunnen voorkeuren hebben ten aanzien van verklaringen van de bijna-doodervaring en tegelijk besef- fen dat de gekozen positie onjuist kan blijken te zijn. Spijker- hard geachte materialistische visies blijken helemaal zo hard niet te zijn en visies die door materialisten als vaag en para- normaal zijn afgedaan blijken aan kracht te winnen. Waar het in dit geval wel om gaat is dat Swaab zo verblind is door zijn eigen gelijk en aversie tegen niet-materialistische visies – die voor hem gepersonifieerd worden door Van Lommel – dat hij in deze paragraaf van zijn boek een weinig verheffend schot- schrift heeft geproduceerd in plaats van het aantal zeer interes- sante pagina’s dat van iemand met zijn achtergrond mag wor- den verwacht. Hiervoor had hij zich op de hoogte moeten stel- len van de BDE-literatuur. Dan had hij geweten dat het pros- pectieve karakter van het Merkawah-onderzoek nieuw was en de rest van wat Van Lommel te berde brengt niet. Niet omdat die ideeën zoals Swaab schrijft al duizenden jaren bestonden, daarmee implicerend dat ze niet meer van deze tijd zijn, maar omdat in de laatste vier decennia uitstekend wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de BDE en de daarmee samenhang- ende aspecten. Op de uitkomsten daarvan baseert Van Lom- mel zich en Swaab had slechts de laatste veertig pagina’s van ‘Eindeloos bewustzijn’ (noten en bronnen) hoeven te raadple- gen om daar toegang toe te krijgen. De eerder genoemde bespreking door Greyson et al eindigt met de volgende conclusie: ‘The real challenge of explanatory models of NDEs lies in examining how complex consciousness, including thinking, sen- sory perception, and memory, can occur under conditions in which current physiological models of mind deem it impossible (Kelly, Greyson, and Kelly 2007).This conflict between neuros- cientific orthodoxy and the occurrence of NDEs under conditi- ons of general anesthesia or cardiac arrest is profound and inescapable. If scientific discourse on the mind-brain problem is to be intellectually responsible, it must take these data into ac- count. Only when researchers approach the study of NDEs with this question firmly in mind will we progress in our understan- ding of NDEs beyond unsatisfactory neuroscientific conjectu- res. Similarly, only when neuroscientists examine current mo- dels of mind in light of NDEs will we progress in our understan- ding of consciousness and its relation to the brain.’ (4) Om vernieuwende wetenschap te bedrijven is het nodig om open te staan voor het ondenkbare en te beseffen dat heersen- de paradigma’s altijd zullen worden opgevolgd door andere, dat ook buiten het reguliere wetenschappelijke circuit vernieu- wende inzichten tot stand kunnen komen en dat een leven lang met hetzelfde onderwerp bezig zijn tot een tunnelvisie kan leiden. Met dank aan Ruud van Wees, Rudolf H. Smit en Titus Rivas. Noten 1 — Na zijn loopbaan als materiaalonder- zoeker en research- en zakelijk manager, richt Jim van der Heijden (foto links) – zelf BDE-er – zich onder meer op het zoeken naar de herkomst van bijzondere bewustzijnservaringen. Hierover schreef hij diverse artikelen en de boeken ‘Onvergankelijk!’ en ‘Het kleine bij- na-bij-de-dood boekje’. (zie onder) 2 — ‘het wonder en mysterie van het menselijke zelf met zijn geestelijke waar- den, zijn scheppingsvermogen en voor het feit dat ieder van ons uniek is’ 3 — Sabom schrijft: ‘De resultaten van het laboratoriumonderzoek wijzen uit dat het zuurstofgehalte van zijn bloed boven het normale niveau lag (wat vaak het geval is wanneer de patiënt tij- dens de reanimatie grote concentraties zuurstof worden toegediend) en dat zijn koolzuurniveau in feite lager was dan normaal (de waarden waren: pO2 = 138, pCO2 = 28, pH = 7,46). Het feit dat hij het afnemen van het bloed ‘visueel’ had waargenomen geeft aan dat de analyse van het bloedmonster geldt voor de tijd dat zijn bijna-doodervaring plaats- vond. In dit gedocumenteerde geval kan dus noch een laag zuurstofni- veau (hypoxia) noch een hoog koolzuurniveau (hypercarbia) worden aangevoerd als verklaring voor de BDE!’ 4 — In ietwat vrije vertaling: ‘De werkelijke uitdaging voor verklarings- modellen van BDE-en ligt in de wijze waarop het onderzoek van com- plex bewustzijn, inclusief denken, zintuiglijke waarneming en geheu- gen, omgaat met het optreden van BDE-en onder omstandigheden die de hedendaagse neurofysiologie onmogelijk acht (Kelly, Greyson, en Kelly, 2007). Het conflict tussen de neurowetenschappelijke orthodoxie en het optreden van BDE-en bij anesthesie of hartstilstand is diep- gaand en onontkoombaar. Als men de wetenschappelijke discussie over het geest-hersenenprobleem op intellectueel verantwoorde wijze wil voeren dan moet men hiermee rekening houden. Pas wanneer on- derzoekers het BDE-onderzoek benaderen met deze vraag stevig in gedachten kunnen we vooruitgang boeken in het zodanig begrijpen van BDE-en dat dit verder gaat dan onbevredigende neuroweten- schappelijke speculaties. Evenzo, pas wanneer neurowetenschap- pers modellen voor de geest onderzoeken in het licht van BDE-en zul- len we vooruitgang kunnen boeken in het begrijpen van het bewustzijn en de relatie daarvan met de hersenen.’ * * * Van der Heijdens eigen boeken: 18 Reflectie 8(2), zomer 2011

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=