reflectie 8(2).vp

aliteit waarin de behoefte aan vrouwelijke energie alleen geconcentreerd kon worden op de buitenwereldse Maagd Maria, de Moeder van God. Patriarchale angsten Dat had ook grote gevolgen voor de beleving van de seksuali- teit. Uit mijn jeugd herinner ik me nog hoe meisjes op de huis- houdschool het voorbeeld van de maagdelijke Moeder Maria werd voorgehouden. De meisjes werden er soms wanhopig van, omdat daarbij ook nog verteld werd dat het natuurlijk be- ter was om altijd maagdelijk te blijven, maar als het dan an- ders moest om kinderen te krijgen, zou dat vergeven worden. Maar Eva was altijd zondig. Pas later begreep ik hoe dit samenhing met een lange ge- schiedenis van seksuele onderdrukking die door de kerkvaders tot officiële ideologie werd verklaard, maar zijn wortels al had in de eeuwen daarvoor (1) . Toen ik hierover tijdens mijn docto- raalstudie theologie een scriptie maakte, kwam ik – hier kort samengevat – bij het volgende uit. De kerkvaders die de herauten waren van het christendom als staatsgodsdienst, waren bang voor het vrouwelijke en lie- ten dat ook herhaaldelijk merken in hun preken en toespraken. Voor hen waren het mannelijke en rationele, dat zich uitdrukte in discipline, wetten en regels en in een krachtige hiërarchie de belangrijkste waarden. Feesten, muziek, dansen en ook sek- sualiteit werden als iets ongepasts en laagstaands beschouwd. Veel kerkvaders gruwden van seksualiteit. Waarom? Al in de Griekse wereld waren er filosofen die meenden dat in seksua- liteit de rationele kracht van de man verloren ging, omdat hij zich in de seksuele daad moest overgeven aan het ongewisse van de vrouwelijke energie. Dit speelde ook bij de intellectuele kerkvaders. Maar die vonden er nog een theologische reden bij: seksualiteit zou de zonde in de wereld hebben gebracht. De kerkvader Augusti- nus had dat de ‘erfzonde’ genoemd, de zonde die door Adam en Eva in de wereld is gekomen en die ieder mens erft van zijn ouders op het moment dat hij geconcipieerd wordt in de sek- suele daad. Daarmee had Augustinus, die zich na een wild le- ven vol seksuele uitspattingen bekeerde tot het christendom, een theologisch argument. Vol valse trots kon hij dan ook schrijven in zijn Soliloquia dat ‘zijn mannelijke geest zover gestegen was dat het liefkozen van een vrouw hem alleen nog maar naar beneden kon halen.’ (4) . Later zal ook de kerkleraar Albertus de Grote in zijn ‘Questiones de animalibus’ in alle ernst durven verklaren: ‘De vrouw is minder geschikt voor de zedelijkheid dan de man. De vrouw bevat namelijk meer vloeistof dan de man… en is daar- om meer beweeglijk. Zij is onbestendig en nieuwsgierig en kent geen trouw. De vrouw is een mislukte man en bezit, ver- geleken met de man, een defecte en foutieve natuur.’ (5) . Later zou dit ook door de veelgeroemde kerkleraar Thomas van Aquino worden herhaald: de vrouw is een ‘mas occasionitus’ , een man die nog niet tot ontwikkeling is geko- men en daarom onvolledig en onvolwaardig is. (6) . Deze opvattingen over erfzonde, seksualiteit en minder- waardigheid van de vrouw , die de officiële leer werden, hebben eeuwenlang mannen en vrouwen uit balans gebracht en diepe wonden aangebracht in de westerse cultuur. Niet alleen bij vrouwen, ook bij mannen die hun mannelijkheid zo leerden op- hemelen dat een open en liefdevolle relatie van gelijkwaardig- heid met een vrouw niet meer mogelijk was. Het heeft eeuwen- lang beschadigde generaties opgeleverd die hopeloos vergeving zochten voor hun daden bij een God die ver weg was. Adam en Lilith Gelukkig lijkt in onze tijd die druk weer af te nemen. Er is weer ruimte voor ‘the God within’. De vrouwelijke energie is hiervoor geen belemmering. Integendeel. De angst die in het afgelopen ‘patriarchale tijdperk’ voor het vrouwelijk en de seksualiteit heerste, kan in onze dagen geen stand meer hou- den. De gouden bal die lang onder water werd gedrukt, springt weer omhoog. Intimiteit, liefde, openheid tussen man en vrouw blijken weer spirituele waarden. Er is nu ook weer ruimte voor nieuwe archetypen die de re- latie tussen mannen en vrouwen kunnen inspireren. Een van deze nieuwe symbolen is Lilith, volgens de oude esoterische tradities de oorspronkelijke vrouw van Adam. Het is een vrouw die krachtig is in zichzelf en zich niet aan Adam wil onderwerpen. Volgens aloude Sumerische bronnen, maar ook volgens de joodse kabbalistische geschriften en de Koran, was zij Adams eerste vrouw, maar werd zij door Adam verstoten, toen zij te zelfstandig werd en niet aan zijn grillen wilde beantwoorden. Omdat Adam niet zonder vrouw kon le- ven, zegt de Kabbala, vroeg hij God om een andere vrouw die toen uit Adams rib de altijd onderdanige en schuldbewuste Eva schiep. Maar oorspronkelijk leefde Adam met Lilith. Een wonderlijke ontdekking die momenteel steeds meer tot de ver- beelding gaat spreken. En die nu, zoals blijkt, ook altijd in de marge van ons bewustzijn heeft geleefd. Ik werd me hier eens helder van bewust, toen ik jaren gele- den in de Sixtijnse kapel van het Vaticaan ronddwaalde en vol bewondering naar de plafondschilderingen van Michelangelo stond te kijken. Daarbij viel me iets bijzonders op: in het cen- trum van deze prachtige fresco’s kon je zien hoe God met een groots gebaar van zijn rechterhand Adam schept, maar tegelijk met zijn linkerhand een mooie, sterke vrouw omarmt die het hele gebeuren liefdevol gadeslaat. Ik wist dat dit niet Eva kon zijn, want die moest nog geschapen worden uit de rib van Adam. Wie was het dan wel? Toen ik hier navraag naar deed, bleek dat Michelangelo hier naar alle waarschijnlijkheid Lilith had geschilderd, de archetypische eerste vrouw van Adam die, als een echte oergo- din, respect afdwingt en tegelijkertijd kracht en liefde uit- straalt. In de armen van God voelt zij zich niet schuldig over haar natuurlijke kracht en is zij niet beschaamd over haar seksualiteit. >> 4 Reflectie 8(2), zomer 2011 Lilith - een Summe- risch/Assyrisch terra cotta relief van ca 1950 voor Christus

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=