refl7(2) zomer 2010-rechtstreeks.vp
Degene die zich in deze oertaal verdiept en kennis wil nemen van de oude overleveringen, vindt daar een schat aan wijsheid, een antwoord op vragen die hem bezighouden, zoals: wat is hemel, wat is aarde, waarom de schepping, wie en wat is de mens, waarom dat lijden, enzovoort. Je raakt verbijsterd door het Woord. En dan zie je dat het Woord uit die Bron is geko- men. En wat er nog allemaal meer mee in verbinding staat: Woord, Geluid, Mantra, Trillingen, Gedachten, enz. Alle talen vloeien uit deze `ene bron voort. De ene is dichterbij de bron gebleven, de andere is een andere richting op gegaan. Maar steeds zijn er mensen geweest die in het Woord Het Licht von- den, en ons dat hebben meegedeeld. Woorden, letters, zijn symbolen, tekens. Het gekristalliseerde lichaam van een be- paalde kosmische kracht. De letterschil is het stoffelijke voertuig van een levensbezie- lend beginsel. Door middel van letterschillen is het mogelijk geestelijke trillingen of bewustzijnsinhouden over te dragen. En het Woord werkt in belangrijke mate mee met het stoffelijk vor- melijke scheppingsproces in het heelal. Onder invloed van dat mysterie komt het wonder van de groei tot stand. Hemelse hallen Iets uit dit geweldige mysterie van het Woord. Het spreekt o.a. van hemelse hallen, de “hechaloth”, daar waar God Eén is en buiten Hem niets bestaat. Daar waar geen begin of einde wordt gekend. In die wereld, EN SOF genoemd, heerst een toestand waarin geen grenzen bestaan, waar begrippen als be- gin en eind niet die betekenis hebben, die wij er aan geven; die Wereld, die ons allemaal ook persoonlijk aangaat, waar geen begin of einde is, waar alles Eén is. Alles aanwezig is. Waar de toekomstige tijd al weer verleden tijd is. Niets van dat alles is begrensd. En Alles is er tegelijkertijd. Alles kan dit ene spe- cifieke zijn en tegelijkertijd in volkomen eenheid, zonder eni- ge beperking. Waar zaad tegelijkertijd vrucht is. De mens heeft door zijn scheppende vermogens van goddelijke wil en verbeeldingskracht, toegang tot dit gebied, omdat hij als enige in de gehele schepping Gods Beeld en Gelijkenis is. Hoe meer men zich openstelt voor de innerlijke God, hoe verder men vordert in het openbaren van zijn God-zijn. Alle geesten etc, als het ware de essenties van ALLE dingen, liggen in ons ver- borgen, en worden geboren en tevoorschijn gebracht door de werkzaamheid, de macht (wil) en verbeeldingskracht (imagi- natie) van de mens. Het zijn facetten van ons eigen bewust- zijn. De verbeeldingskracht is een machtig scheppende moge- lijkheid in de mens. Iedere geest kan in het persoonlijkheids- bewustzijn van de mens te voorschijn geschapen worden door gebruik te maken van dingen die ermee in harmonie zijn. De wijzen uit de oudheid hebben verschillende oefeningen bedacht om een geweldig geniaal scheppend vermogen te ont- wikkelen. In de verbeelding kan men doden laten leven, zie- ken genezen, stormen tot zwijgen brengen, honger doen wij- ken, ja zelfs een hele wereld creëren met mensen, dieren, plan- ten, enz. Het ‘En Sof’ bevat al deze mogelijkheden. Het bevat alles. De mens kan ook in die andere wereld leven. Hij is daar tegelijkertijd ook aanwezig. Ja, hij behoort zelfs in die wereld te leven. Die wereld van verbeelding, “fantasie” moet voor hem normaal zijn. Hij moet er zich evenzeer thuis voelen als in zijn leven hier op aarde. De mens kent ook de droom. Ook daar is er een doorbré- ken van de wetten van tijd en ruimte. De “fantasie” brengt de mens actief tot stand. Maar ook voor de droom geldt dat niets door de mens kan worden gezien wat niet reeds in de wereld van ‘En Sof’ bestaat. De droom komt uit een reeds bestaande realiteit, Alles ervan is reeds in het ‘En Sof’ aanwezig. Enige schreden verder komt datgene wat men visioenen, gezichten noemt. Ze vertellen de mens van andere werelden. Visioenen doorbreken eveneens grenzen. Ook de grenzen van aardse wetmatigheden. Die andere werelden blijken veel min- der vaste grenzen te hebben. In het ‘En Sof’ is dat uiteraard reeds aanwezig met nog oneindig veel meer, omdat het ‘En Sof’ geen grenzen kent. Men kan ook tot de visioenen toetreden, erheen opstijgen, gezichten krijgen op andere werelden. Het ‘En Sof’ is voor de mens niet afgesloten. Het is net als bij de droom mogelijk dat de visioenen tot de mens komen. Andere werelden openen zich voor hem. Er wordt hem getoond en er wordt met hem gesproken. Met de visioenen betreedt de mens andere werel- den. Hij kan ze aanschouwen, ze verstaan. Alleen heel vaak ontbreken de woorden van deze wereld, want het komt voorbij de grens waaraan het Woord gehouden is. Taal/spraak heet “safah”, en betekent ook “lip”. Je kunt zeg- gen: de woorden passeren de lippen. Ze komen uit het nietbe- wuste en gaan hun weg naar het bewuste. En daar is meteen het begrip ‘grens’. Enerzijds staat de taal aan de grens. Zij vormt de overgang van de kosmische wereld. Iedere letter is een trillings- lichaam en met de kosmische letters doorbreekt de mens de grenzen van tijd en ruimte en kan zich verheffen tot andere we- relden, daar waar hij in Gods beeld en in Gods gelijkenis zijnde, toch evenzeer vertoeft als hier. Alles wat de mens heeft, wat hem kenmerkt, is dus ook bij God. En het goddelijke vindt in de mens uitdrukking. Vanuit oeroude tijden en uit het diepst ver- borgene in de mens wordt verteld van de wereld van God. Heel vaak ontbreken de woorden van deze wereld, want het komt voorbij de grens waaraan het woord is gehouden. Er ontstaan nieuwe woorden, onuitspreekbaar, voor deze aarde onverstaan- baar. Daarom is de naam van God onuitspreekbaar. Want hoe zou de Grenzeloze een hier uitspreekbare naam kunnen hebben? Het woord voor God, Eeuwige, enz. is eigenlijk zo veel bete- kend. Zo is er de naam met de 72 letters, die driemaal achtereen voorkomen in de Thorah, in Exodus 14. En eigenlijk is de hele Thorah een naam van God, weerge- geven in aardse beelden, maar veel en veel meer omvattend dan deze beelden, daar deze beelden aan begrenzingen zijn gebon- den en Gods naam, Gods Wezen dus juist door het ‘En Sof’ wordt bepaald. Uit deze woorden, met deze woorden uit de Thorah, met deze letters doorbreke men de grenzen van tijd en ruimte en kan men zich verheffen tot andere werelden. Daar waar Gods beeld, Gods gelijkenis evenzo vertoeft als hier. Al naar zijn verlangen, naar zijn zoeken, als die naar God gericht zijn, bouwen zich die andere werelden voor de mens op. In die mate wordt hem getoond en verteld. Daar zijn de he- melse paleizen, de Hechaloth . In deze hallen ontmoet men reeds de hele schepping. Alle werelden. Alle mensen. Alles is daar. In een staat van Eenheid. * Jan Wibbelink is vaste belangstellende van de VK-kerkge- meenten te Raalte en Zwolle. Zijn interesse en verdieping lig- gen vooral op het vlak van de Joodse mystiek. Hij is werk- zaam in meerdere studiegroepen ‘Joodse mystiek’. * * * 12 Reflectie 7(2) zomer 2010
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=