refl7(2) zomer 2010-rechtstreeks.vp
Terug naar je wortels Ethiek in een wereld waarin God is doodverklaard. Ojas Th. de Ronde Toen enkele eeuwen geleden in het Westen God doodverklaard werd en de seculiere staat werd uitgeroepen, was er grote angst bij de traditionele christenen dat de mensheid in een moreel vacuüm terecht zou komen. Zouden de mensen nog ‘een goed leven’ willen leiden, als er geen straffende God meer was? De mensen die op de ratio vertrouwden, meenden echter dat juist nu de tijd was aangebroken voor een redelijk overleg over nieuwe normen en waarden. Niet meer onder druk van een straffende God, maar in dialoog met elkaar. Terugkijkend in de achteruitkijkspiegel van de geschiedenis van de laatste eeuwen, kunnen we ons nu af- vragen: Is dat gelukt? Delen we weer in vrede gezamenlijke normen en waarden? Het is voor wie realistisch om zich heen kijkt een retorische vraag. Het lijkt er eerder op dat we in een moreel vacuüm terecht gekomen zijn, waarin de oude normen en waar- den zijn afgeschaft, maar de nieuwe nog niet duidelijk. Als dat zo is, zullen we diep in onszelf moeten gaan om hier naar een oplossing te zoeken. Het kan gebeuren dat je het soms echt niet meer weet. Dan voel je de pijn van de morele crisis waarin wij verkeren. Kun- nen we samen nog iets doen zonder ruzie te maken? Zijn er nog waarden die we samen delen? Iedereen schijnt warm te lo- pen voor iets anders en dat geeft conflicten. De een denkt con- servatief, de ander progressief. De een is politiek geëngageerd, de ander vindt dat onzin en houdt zich politiek afzijdig. Als die met elkaar praten, ligt conflictstof voor het oprapen. De een is orthodox, de ander vrijzinnig. Kunnen die een gesprek aangaan? De een is principieel, de ander pragmatisch. De een is kerk- of moskeevast, de ander nauwelijks belijdend. Waar we samen beslissingen moeten nemen, reageren wij vanuit verschillende overtuigingen en waarden. Dan is er een con- flict. Hoe ermee om te gaan? Zijn er kernwaarden waarin ieder zich kan herkennen? En hebben die iets te maken met het al of niet geloven in God? Herbronning Mijn vroegere professor Gilles Quispel – wereldberoemd van- wege zijn studies over gnosis en met name het Thomas-evan- gelie – kwam in een college eens met een oplossing. Feitelijk was het meer een verwijzing naar een oplossing. Het was een verwijzing naar ieders eigen ethische verantwoordelijkheid. Maar ieder kon zich daarbij laten inspireren door schitterende Westerse tradities. Met nadruk sprak hij over ‘tradities’ in het meervoud. De joods-christelijke, gelovige traditie was er één van. Daarnaast was er een uitgebreide rationalistische traditie en een esoterische en gnostische. Deze laatste traditie was lang onderdrukt en daarmee buiten de mainstream van de westerse geschiedenis gehouden. Maar in deze tijd zou men er het be- lang van inzien. En alle drie zouden ze erkend worden als drie wortels van de Westerse cultuur. De teloorgang van het traditionele christendom in het Wes- ten en de tragische uitkomsten van het rationalisme hadden de weg vrijgemaakt voor een nieuwe doorbraak van bewustzijn waarin de gnosis een belangrijke rol zou spelen. En daarmee zou ook ons ethisch handelen in een nieuw licht komen staan. Gilles Quispel raadde ons aan in de huidige crisis voor inspiratie op bezoek te gaan in de drie steden waar de wor- tels liggen van onze Westerse cultuur. Herbronning noem- de hij dat. Naar Jeruzalem, symbool van de joods-christe- lijke traditie. Naar het oude Athene, symbool van het rati- onalisme. En naar Alexandrië, de oude krachtplaats van esoterische kennis en gnosis. In dit artikel gaan we deze reis maken en onderzoeken wel- ke resultaten dit oplevert voor ons ethisch handelen. Zijn de kernwaarden die zij vertegenwoordigen tegenstrijdig aan el- kaar? Of vullen ze elkaar aan en versterken ze elkaar eventueel? Gelovig Jeruzalem Jeruzalem is een stad van gelovigen. Joodse gelovigen claimen dit als hun stad. Maar ook de christelijke en islamitische gelo- vigen claimen hier belangrijke plekken. Omdat zij allen mono- theïstisch zijn en beweren dat alleen hun God de ware God is, is het helaas ook een stad van talloze godsdienstoorlogen, tot op dit moment. De stad heeft een lange geschiedenis die begon toen ko- ning Salomo (972 – 932 v.Chr.), de zoon van koning David, het nomadische leven van zijn Hebreeuwse voorvaderen af- zwoer en verwisselde voor een leven in deze stad in Juda. Hier liet hij voor JHWH, de god van zijn voorvaderen, een grootse tempel bouwen die de verschillende Hebreeuwse stammen zou moeten verenigen. En hij bepaalde dat voor het dagelijkse le- ven de wetten die Mozes van JHWH zou hebben ontvangen, de norm zouden zijn. Maar dit bleef lange tijd eerder een ideaal dan werkelijk- heid. De oorspronkelijke Baälcultus van dit gebied bleef erg in trek, vooral in het noordelijke Israël. Pas toen een van Salo- mo’s latere opvolgers, koning Josia (638 -608 v.Chr.), Jeruza- lem grondig reinigde van deze cultus en daarbij het wetboek vond dat aan Mozes werd toegeschreven, kwam er verande- ring in. Maar de stammen vonden pas waarachtige, onderlinge eenheid in de Babylonische ballingschap (586 – 538 v.Chr.) en in de tijd vlak daarna, toen zij in hun verwoeste land terug- kwamen. Toen kwamen ook de vijf boeken van Mozes, de Torah, met enkele andere teksten definitief op schrift en wer- den tot Woord van JHWH verklaard. Zo werden zij de basis van het nieuwe volk van Israël, en Jeruzalem werd hun hoofdstad. 15 Reflectie 7(2) zomer 2010
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=