refl7(2) zomer 2010-rechtstreeks.vp
Hun geloof had een duidelijke focus: JHWH had eens onder Mozes een verbond gesloten met zijn volk, waarbij het volk beloofd had JHWH als hun enige God te beschouwen en zijn wetten na te volgen. In de rampen van de afgelopen eeuwen zag men de hand van hun straffende God JHWH en het was daarom zaak zich weer heel strikt te houden aan de wetten. Dat leidde ertoe dat er steeds meer regels kwamen die het hele leven onder regie van JHWH moesten brengen. Zo lag er in de tijd van Jezus een last van 613 geboden en verboden, de ‘mitswot’, op de schouders van het volk. De kern van de wet Op buitenstaanders maakten deze ‘mitswot’ een ontmoedigen- de indruk. Maar ook voor de trouwe Joden was het een pro- bleem en er werden pogingen gedaan om weer terug te keren tot de kern. Een geslaagde poging hiertoe was die van de beroemde re- ligieuze leider Hillel die leefde ten tijde van Jezus. Hij formu- leerde een ethiek van wederkerigheid, bij ons bekend als ‘de gouden regel’ die als volgt luidt: ‘Wat u niet wilt dat u ge- schiedt, doe dat ook een ander niet.’ (1) Hillel zei, dat dát de kern van de Torah was en dat de rest alleen maar interpretatie hiervan was. Jezus was bekend met deze uitspraak en nam hem over, toen hij volgens Lucas 10:25–28 in discussie ging met een wetgeleerde. Die had hem gevraagd wat je moest doen om het eeuwige leven te beërven. Jezus vroeg hem toen wat daarover in de wet stond. Toen de wetgeleerde zei: ‘God beminnen bo- ven alles en je naaste als jezelf,’ zei Jezus dat hij het juiste ant- woord had gegeven. Iedereen in zijn dagen wist dit. ‘Maar wie is dan mijn naaste?’ vroeg de wetgeleerde om zijn gezicht nog te redden. Jezus vertelde toen het beroemde verhaal van een niet-Jood, een Samaritaan, die een man hielp die door rovers was overvallen. Door de interpretatie van Jezus kreeg deze ‘kern van de wet’ iets universeels. Deze ‘gouden regel’ was niet alleen be- stemd voor de uitverkoren Joden, maar was de wortel van ethisch handelen voor ieder mens. Jezus kon dat zeggen, om- dat hij zich bij zijn doop in de Jordaan van zijn goddelijke na- tuur bewust was geworden en herkend had dat ieder deze god- delijke natuur bezit (2) . Sindsdien verkondigde hij aan ieder die het maar wilde horen: ‘Het koninkrijk Gods is in u!’ Een diep ingrijpende ‘wake up call’ die duidelijk maakte dat Gods lief- de, die in ieder verborgen aanwezig is, de bron voor de liefde voor ieder schepsel is. Rationeel Athene Het is voor ons onderzoek nu interessant na te gaan of men ook in het rationele Athene deze ‘gouden regel’ als kernwaarde van het ethisch handelen beschouwde. Dan zouden we deze terugvinden in de tweede belangrijke wortel van onze Westerse cultuur. Voor ons onderzoek gaan we terug naar de tijd dat Athene in een diepe crisis verkeerde en een rationele weg zocht om hier een oplossing voor te vinden. Dit gebeurde in de vijfde eeuw voor Christus. In Athene leefde toen de beroemde filo- soof Socrates (469 – 399 v.Chr.) die door zijn rationele vragen de realiteit van de traditionele goden leerde betwijfelen. Hij werd hiervoor tot de gifbeker veroordeeld, omdat men geen ‘goddeloos’ Athene wenste. Maar zijn leerling Plato zette de lijn van zijn denken door. Een van zijn briljantste leerlingen, Aristoteles raakte geïnteresseerd in een rationeel begrip van ethisch handelen en schreef zijn Ethica (3) , een tekst waaraan de hele Westerse wereld nog steeds schatplichtig is. Logisch nadenkend kwam ook Aristoteles tot een formule- ring van de ‘gouden regel’. Hij zag als kern van ethisch hande- len: ‘Behandel uw vrienden zoals u door hen behandeld wilt worden’. Hierin werd hij ondersteund door een andere Griekse filosoof, Isocrates, die de ‘gouden regel’ negatief formuleerde, maar hetzelfde bedoelde. Voor deze filosoof was handelen ethisch goed als het beantwoordde aan de volgende regel: ‘Doe niet aan anderen wat uzelf niet wenst te ondergaan.’ De ‘gouden regel’ kan volgens hen ook op rationele gronden als kernwaarde van ethisch handelen gezien worden. Categorische imperatief. Dit is belangrijk om te beseffen. De ‘gouden regel’ kan ook op rationele gronden beschouwd worden als de kernwaarde van ethisch handelen. Men hoeft niet in God te geloven om deze regel als kern van de ethiek te zien. 16 Reflectie 7(2) zomer 2010 De barmhartige Samaritaan. Glas-in-lood, diaconie Vlaardingen ...Voor wie ben jij een naaste?...
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=