refl7(2) zomer 2010-rechtstreeks.vp
Zonder deze bewuste, vrije houding was er voor Aristoteles geen sprake van een moreel goede daad. De gnostische christenen verstonden dit als: zonder ‘gno- sis’, ‘de kennis van het hart’ , ‘aandacht en liefde’, ‘tegen- woordigheid van geest’ is geen daad moreel goed. Jezus had dit immers, volgens hen, ook zo gezegd. We vinden daarvan veel getuigenissen in de teksten van de bibliotheek van Nag Hammadi. In het daar gevonden Evangelie van Philippus komt een interessante case voor, die aan Jezus wordt voorgelegd. Opnieuw zijn het de wetgeleerden die Jezus op de proef stel- len. Nu over de vraag of het geoorloofd is op de sabbat te wer- ken of niet. Het gaat hierbij niet eens om de vraag of het ge- oorloofd is op de sabbat een goed werk te doen. De canonieke evangeliën geven in voldoende voorbeelden aan dat Jezus hier altijd datgene laat voorgaan wat een hoger praktisch nut heeft (8) . Maar gewoon werken, zoals je dat ook op andere dagen doet? Jezus geeft dan een bijzonder onthullend antwoord. Hij zegt: ‘Als je werkt op de sabbat en je doet het met kennis van het hart (gnosis), dan is het altijd goed. En altijd als je werkt zonder gnosis, is dat een gemiste kans.’ (9) . Bewust handelen vanuit ‘weten’, ‘kennis van het hart’ blijkt voor Jezus het kernmoment van het handelen. Uit andere teksten van dit Evangelie blijkt bovendien dat Jezus ook nooit iemand be- schuldigde van een zonde. Hij noemde het handelen zonder ‘gnosis’ een ‘gemiste kans’, een vergissing waar je van kunt leren en die hersteld kan worden. Geworteld in je wezen De waarde hiervan begint in onze dagen steeds duidelijker te worden. We kunnen immers gemakkelijk ons traditioneel mo- rele houvast verliezen, omdat we – zelfs in de straat waarin we wonen – met mensen van totaal verschillende culturen moeten leven. Er ontstaan conflicten die soms hoog oplopen, omdat we geen zicht meer hebben op wat nu onze gemeenschappelij- ke normen en waarden zijn in de omgang met elkaar. In deze ‘botsing van de culturen’ is het zaak dat we, zoals eens in het kosmopolitische Alexandrië, diep in onszelf gaan. Dit werpt een nieuw licht op het leven volgens ‘de gulden regel’. De kern hiervan wordt blootgelegd. Niet alleen wat je doet, maar ook en vooral hoe je het doet is belangrijk. Pas een daad, gedaan met ‘gnosis’, bewust en met aandachtige liefde, is moreel waardevol. Momenteel klinkt ons dat al niet vreemd meer in de oren. We kunnen ‘gnosis’ verstaan als ‘heartfulness’, of ‘mind- fulness’: helder en liefdevol, los van je onbewuste automa- tismen, in direct contact met wat er in je en om je heen ge- beurt. ‘Mindfulness’ biedt, zoals de ‘kennis van het hart’, de moge- lijkheid om onbewuste en negatieve gedachten en gevoelens tijdig te signaleren en er anders mee om te gaan. Daardoor ben je goed in staat om wat je bang maakt en stress bezorgt, wat negatief en beperkend is, in jezelf door te krijgen en los te la- ten. Zo handel je vanuit je levende wortels, vanuit je ware we- zen. Je gedrag wordt dan als vanzelf doordrenkt van liefde. Het leven wordt zo interessanter, levendiger en completer. Ojas Th. de Ronde behaalde in 1970 zijn doctoraal theologie aan de Universiteit van Nijmegen. Daarna verbleef hij enige jaren als spiritueel zoeker in India. Na zijn terugkeer in Nederland begon hij, samen met zijn vrouw, het coaching- en counselingbureau Fenix en werd hij docent aan de Humanuniversity, een internationaal centrum voor therapie en meditatie. Momen- teel geeft hij workshops, schrijft artikelen en verzorgt wekelijkse webradio-uitzendingen ‘De Nieuwe Mens’, www.denieuwemens.eu Noten (1) Hillel’s uitspraak is te vinden in The Babylonian Talmud, tractate 31a. Hillel refereert hierbij aan een uitspraak in Leviticus 19:18, waarin gesteld wordt dat je van ‘de vreemdeling in je midden moet houden als van jezelf.’ (2) Ojas Th. De Ronde, Jij bent mijn geliefd kind , Reflectie, winter 2008 (3) Aristoteles, Ethica, vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Christine Pannier en Jean Verhaeghe, Historische Uitgeverij, Groningen, 1999 (4) Friedrich Nietzsche. Die fröhliche Wissenschaft, 1882 (5) Immanuel Kant, Kritik der praktische Vernunft , 1788 (6) In 245 BC had de boeddhistische gemeenschap in het Verre Oosten besloten monniken te sturen naar het Westen om daar de leer van Boeddha bekend te maken. Enkele jaren later werden zij al in Alexandrië gesignaleerd. (7) The Nag Hammadi Library : www.nag-hammadi.com . Epistel of Eugnostos. (8) www.gnosis.nl/de-nag-hammadi-geschriften (9) Voorbeelden hiervan zijn o.a. Mc 2:23 – 28, Mt 12:9 – 14 en Lc 6:1 – 5 (10) The Nag Hammadi Library: www.nag-hammadi.com . Het Evangelie van Philippus. * * * * 18 Reflectie 7(2) zomer 2010 Waarheen zou ik gaan voor uw Geest, waarheen vlieden voor uw aangezicht? Steeg ik ten hemel - Gij zijt daar, of maakte ik het dodenrijk tot mijn verblijfplaats, Gij zijt er. Nam ik de vleugelen van de dageraad, ging ik wonen aan het uiteinde van de zee, ook daar zou uw hand mij geleiden, uw rechterhand mij vastgrijpen. Zei ik: duisternis moge mij overvallen, dan is de nacht een licht om mij heen. Zelfs de duisternis is niet donker voor u, maar de nacht licht als de dag, de duisternis is als het licht. Ps 139: 7-12
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=